Doctoraat in de kunsten : studiegids
1 Inleiding
1.1 Artistiek onderzoek volgens Brussels model
Volgens het Brussels model is het onderzoek in de kunsten een onderzoek dat samenvalt met de artistieke praxis of het ‘practice as research’.
Inhoudelijk stelt het artistiek onderzoek binnen de definitie van het KCB de volgende aspecten centraal:
· het verwerven van kunde en kennis
· de vaardigheid intuïtieve, emotionele en spirituele inhouden te hanteren
· de integratie van deze elementen in wisselende proporties, resulterend in de realisatie van een kunstwerk dat in het culturele landschap is ingebed.
Uit voorgaande definitie blijkt dat een kunstwerk het resultaat is van artistiek onderzoek en dat een kunstenaar onderzoek verricht. Het artistiek onderzoek situeert zich bijgevolg voor en tijdens de realisatie van het kunstwerk. De resultaten van het onderzoek zitten in het kunstwerk vervat in een discipline-eigen taal. De onderzoeksvaardigheden blijken niet in de eerste plaats uit een discursieve en reflecterende component maar uit de intrinsieke kwaliteiten van het kunstwerk zelf, dit in tegenstelling tot het kunstwetenschappelijk onderzoek, dat het kunstwerk als studieobject heeft en zich dus situeert na de realisatie ervan.
Het is wel mogelijk dat artistiek onderzoek beroep doet op bestaande wetenschappelijke disciplines zoals musicologie, sociologie, filosofie, wiskunde etc. voor het vergaren van kennis en het verwerven van inzichten.
1.2 Kunstenplatform UAB
Het doctoraat gaat door aan de afdeling L&W van de VUB, via delegatie aan Kunstenplatform.
1.3 Doctoral School
Wordt georganiseerd in samenwerking met de Doctoral School for Humanities and Arts (L&W VUB).
2 Contactadressen
Centraal aanspreekpunt voor de doctoraten in de kunsten is de heer Peter Swinnen, departementshoofd van het Koninklijk Conservatorium Brussel binnen de Erasmushogeschool.
3 Guidelines voor studenten
3.1 Toelatingsvoorwaarden
3.1.1 Diplomavereisten
De student moet in het bezit zijn van een masterdiploma De behaalde master moet in een discipline zijn die compatibel is met het gekozen onderzoeksdomein. Desnoods kan de doctoraatscommissie (cf. 3.1.4) bijkomende opleidingen opleggen. Wanneer de omvang en de kwaliteit van het onafhankelijk onderzoek van de student of zijn beroepservaring garant kunnen staan voor het succesvol afleggen van het doctoraatstraject, kan een uitzondering worden gemaakt op de formele vereiste in het bezit te zijn van een masterdiploma. (gelijkstelling volgens de EVC/EVK procedure)
3.1.2 Toelatingsproef
De toelatingsproef bestaat uit :
a. een schriftelijk dossier met onderzoeksvraag, abstract, methode, korte uiteenzetting van het project, werkplan en te verwachten onderzoeksresultaat, aangevuld met het CV van de kandidaat. Dit schriftelijke gedeelte moet 14 dagen op voorhand aan de jury worden overhandigd.
b. een kort recital van 15’
c. een lecture-recital van 15’ waarin de hoofdlijnen van het onderzoeksproject bondig wordt toegelicht ( voor de componisten: een voorstelling/opname van compositie)
d. een interview door de jury.
De jury wordt samengesteld uit academici en kunstenaars. De aspirant doctorandus kan nooit beoordeeld worden enkel en alleen op een schriftelijk dossier.
3 mogelijkheden:
a. aspirant wordt direct toegelaten en er worden promotoren gezocht. (cf. 4) Pas bij aanvaarding door de VUB gaat het doctoraat effectief van start
b. Het project van de aspirant is goed onderbouwd, maar de jury beslist een voorbereidend programma voor te schrijven. Het KCB biedt een aangepast postgraduaat aan om de toelatingsproef te omkaderen.
c. De aspirant wordt op artistiek vlak niet goed genoeg bevonden en wordt geweigerd.
3.1.3 Doctoraatscommissie
Na de definitieve toelating tot het doctoraatsprogramma en na een bespreking van de uitwerking van zijn project wordt voor elke student een speciale doctoraatscommissie samengesteld. Deze doctoraatscommissie maakt afspraken en stelt een programma op dat kan bestaan uit een doctoraatsopleiding
Dit programma wordt door de doctoraatscommissie jaarlijks opnieuw geëvalueerd en aangepast. Jaarlijks wordt ook een evaluatie van de vooruitgang van het doctoraatsproject georganiseerd.
3.1.4 Doctoraatsopleiding (optioneel)
Het doel is de student de uitbouw van volgende competenties aan te bieden:
- Artistieke competenties via:
- Artistieke (co)promotor(en) KCB
- Internationale autoriteit(en)
- Aanverwante artistieke cursussen die betrekking hebben op het onderwerp
- Onderzoekscompetenties: onderzoeksmethodologie (vraagstelling, planning, doelstellingen formuleren, bronnen (waar te vinden, kritische houding, verwerking)) via
- Algemeen: VUB/andere universiteiten
- Artistiek: omkadering via Kunstenplatform :concreet kan dit bestaan uit:
-
-
- Een reeks werkafspraken met de promotoren en copromotoren, binnen en buiten de instelling
- Een lessenreeks met de leraar instrument/zang/compositie ( minimum 8 – maximum 12 lessen van 2 uur gedurende de eerste 2 jaar)
- Masterclasses en seminaries in binnen- en buitenland
- Twee maal per jaar een doctoraatsdag waarin alle studenten de vooruitgang van hun project presenteren.
- Publieke concerten
- Samenwerking of inbedding in bestaande professionele structuren en ensembles.
- Elke andere mogelijke activiteit die bijdraagt tot de uitbouw van de opleiding
-
-
- VUB: aanverwante academische cursussen die betrekking hebben op het onderwerp
- Presentatiecompetenties
· Discipline-eigen: concertpresentaties/opnames/lecture-recitals
· Algemeen: schrijven in functie van het theoretisch gedeelte van het doctoraat; voor een breed publiek
De doctoraatsopleiding is een flexibel opleidingspakket dat bestaat uit vier componenten.
Voor deze componenten in de doctoraatsopleiding kunnen een minimum en een maximum aantal
studiepunten worden toegekend
|
Opleidingsonderdeel
|
Minimum studiepunten |
Maximum studiepunten |
|
1. Reguliere opleidingsonderdelen uit bachelor-, master- of manama-opleidingen van de Vrije Universiteit Brussel of de Universiteit Gent, of andere instellingen, of gespecialiseerde opleidingsonderdelen georganiseerd door een Doctoral School (dit kan ook een andere Belgische of buitenlandse doctoraats-opleiding zijn) of door een Instituut voor Permanente Vorming
|
9 |
40 |
|
2. Doctoral Seminars |
9 |
25 |
|
3. Onderzoeksgerelateerde activiteiten van de doctorandus: lecture-recitals, concerten en workshops, lesopdrachten en congressen |
9 |
40 |
|
4. Succesvolle verdediging van het doctoraat |
3 |
3 |
.
3.1.5 Optioneel voorbereidend programma via postgraduaat
Het KCB biedt via het postgraduaat een voorbereidend programma aan om de toelatingsproef te omkaderen.
Het doctoraatsprogramma is niet ontworpen om de basis van onderzoeksmethoden bij te brengen. Er wordt verondersteld dat de kandidaten reeds aan artistiek onderzoek hebben gedaan en dat ze vertrouwd zijn met de bestaande theoretische onderzoeksmethoden alsook met specifieke praktische onderzoeksmethodes die in verband staan met hun onderzoeksobject.
Als een onderdeel van die eerste opleiding kan de student of de promotor suggereren dat een verdere studie van een relevant onderwerp kan worden ondernomen. Dit kan zowel een cursus zijn die onderdeel uitmaakt van de masteropleidingen aan het KCB, een cursus aan de VUB of seminaries in binnen- en buitenland.
Om tot het voorbereidend programma te worden toegelaten moet de examencommissie vaststellen of de kandidaat in staat is te studeren aan het conservatorium van Brussel, en moet hij een onderzoeksdomein voorstellen waarvoor het conservatorium in staat is de gepaste omkadering en expertise aan te bieden alsook de mogelijkheden tot uitvoering of realisatie van het artistieke project.
3.2 Verloop van de studies
De doctoraatsstudie duurt normaal 4 jaar maar de student kan een verlenging aanvragen.
Er wordt verondersteld dat de student 36u per week aan zijn doctoraat werkt. Voor langere trajecten (half time) wordt aangeraden 12 tot 15 u per week vrij te maken.
Gedurende het hele verloop van de doctoraatstudie zijn onderzoek en de muzikale praktijk nauw verbonden om de studenten in staat te stellen:
- Zijn/haar artistieke persoonlijkheid en activiteit uit te bouwen, waarbij het onderzoek en de artistieke output elkaar wederzijds beïnvloeden.
- Een tekstdeel te realiseren waarin de onderzoeksmethodiek en -resultaten worden geëxpliciteerd. (Cfr.doctoraatsreglement)
3.2.1 Oriëntatiefase
Deze fase, die gemiddeld een jaar duurt, dient om het door de aspirant gekozen onderzoeksgebied te exploreren, eventueel aangevuld met een op maat gesneden doctoraatsopleiding (cf. 3.1.5). Belangrijk is dat de artistieke persoonlijkheid verder ontwikkeld wordt via concerten, lecture-recitals, workshops, seminaries en stages, in functie van de gekozen onderzoeksthematiek. Zij worden opgenomen in het artistiek portfolio (cf. 3.3.2).
3.2.2 Internationale fase
Deze fase, die gemiddeld een jaar duurt, dient om via concerten, lecture-recitals, workshops, seminaries en stages aansluiting te vinden in het buitenland met de huidige standaarden in het gekozen onderzoeksgebied. De concerten, lecture-recitals, workshops, stages en seminaries kunnen desgevallend uiteraard meetellen voor de doctoraatsopleiding (cf. 3.1.5) en worden opgenomen in het artistiek portfolio (cf. 3.3.2).
3.2.3 Finale fase
Deze fase, die gemiddeld twee jaar duurt, dient om de artistieke doctoraatsproef (cf. 3.3.3) voor te bereiden.
3.3 De doctoraatsverdediging
3.3.1 Formaat
Aangezien elk onderzoeksproject uniek is, is ook elke artistieke doctoraatsverdediging uniek. Twee componenten worden hierbij in aanmerking genomen: het artistiek portfolio (cf. 3.3.2) en de artistieke doctoraatsproef (cf. 3.3.3). Hun onderlinge verhoudingen kunnen verschillen van aspirant tot aspirant, maar beide moeten aanwezig zijn.
3.3.2 Artistiek portfolio
Dit bestaat uit opnames, uitgaven en andere bewijsstukken van alle artistieke activiteiten die de aspirant heeft gerealiseerd. Ze dienen om de jury een zo volledig mogelijk beeld te geven van de artistieke persoonlijkheid van de aspirant.
3.3.3 Artistieke doctoraatsproef
De artistieke doctoraatsproef is een omvangrijk artistiek project, waarbij de resultaten van het onderzoek ingebed zitten in het artistieke eindresultaat, en dus via een aangepaste methode geëxpliciteerd moeten worden.
Het examen voor de academische graad van doctor omvat het indienen en het openbaar verdedigen
van een proefschrift dat voldoet aan de vereisten zoals uiteengezet in het doctoraatsreglement van de VUB dat te vinden is op
http://www.vub.ac.be/phd/documenten/reglementen/DoctoraatsreglementLW2009.pdf
Bij het reglement van L.W: werd een memorie van toelichting toegevoegd met bijzondere bepalingen inzake het doctoraat in de kunsten:
In het geval van het doctoraat in de kunst(en) vormt het proefschrift een
geheel bestaande uit twee componenten die elk volwaardig in rekening
moeten worden gebracht:
- een tekstgedeelte dat een aan de discipline eigen wetenschappelijke,
D.w.z. een inhoudelijk en formeel methodologisch verantwoorde,
onderbouw en argumentatie biedt en een adequate reflectie op een
eigen artistiek proces en vaardigheden.
- een portfolio-gedeelte, waarmee hier specifiek bedoeld wordt het
volledige en gedocumenteerde corpus artistieke creaties en
eventuele bronnen waar het proefschrift betrekking op heeft.
Deze twee componenten moeten een oorspronkelijk proefschrift
opleveren zoals hierboven in dit artikel beschreven. Deze bepaling geldt
dus ook voor de realisaties in het portfolio-gedeelte van het proefschrift.
In het geval van het doctoraat in de kunst(en) moet het proefschrift,
bestaande uit het tekstgedeelte en het portfolio-gedeelte voorgelegd
worden op een dusdanige manier dat het geheel en zijn onderdelen
controleerbaar en reproduceerbaar zijn. Van het tekstgedeelte wordt
minstens één papieren versie voorgelegd.
Deze exemplaren moeten op papier ingeleverd worden en moeten volstrekt
identiek zijn. Hiervan kan slechts afgeweken worden indien het ingediende
materiaal niet volledig op papier weergegeven kan worden. In dit geval dient
de promovendus in: (a) acht volledig identieke exemplaren op niet papieren
drager en (b) minstens één uitgebreide papieren versie, die voldoet aan de
gangbare vereisten van het wetenschappelijk onderzoek op doctoraal
niveau.
4 Guidelines voor (de keuze van) promotoren
Voor een artistiek doctoraat is een promotor die ZAP-lid is vereist en eventueel kan ook daarnaast nog beroep worden gedaan op extra promotoren naargelang de behoefte van de aspirant.
4.1 Promotor
De promotor is de eerste aanspreekpersoon van de aspirant. Hij is verantwoordelijk voor het goede administratieve verloop van het doctoraatsproces en de inhoudelijke begeleiding.
Ieder OP-lid van KCB met een artistiek doctoraat komt in aanmerking als promotor voor een artistiek doctoraat. In alle gevallen moet steeds een ZAP-promotor de eindverantwoordelijkheid opnemen.
4.2 Extra promotoren
De copromotor begeleidt inhoudelijke deelaspecten van het doctoraat.
Ieder OP-lid van KCB komt in aanmerking als copromotor voor een artistiek doctoraat. Het aantal copromotoren kan indien gewenst uitgebreid worden om meerdere expertises te bestrijken.
4.3 ZAP- promotor
Ieder ZAP-lid van de faculteit L&W VUB kan als administratief promotor optreden. Deze is verantwoordelijk voor het goede administratieve verloop van het doctoraatsproces.

