1. Handleiding Onderzoek
1. Soorten artistiek onderzoek
De overheid[1] onderscheidt drie soorten onderzoek in de Kunsthogescholen in Vlaanderen
a) onderzoek over de kunsten, niet geworteld in de kunstpraktijk;
b) onderzoek in de kunsten met een artistiek resultaat, maar niet samen met de praxis (elders praktijk georiënteerd onderzoek of "practice based" genoemd), en dus met een schriftelijke rapportage waarin een expliciete en relevante vraagstelling, de methodische aanpak, de rapportage/verloop van de aanpak en de resultaten van het onderzoek, alsook een reflectie op de aanpak, de uitkomsten en de context vervat zijn;
c) onderzoek in de kunsten dat samenvalt met de artistieke praxis, ook experimentatie of "practice as research" genoemd, waarin het scheppingsproces zelf het onderzoek is en het product van het onderzoek het artistiek product is, aangevuld met een rapportage.
Het schriftelijke deel van de masterproef ziet er bij elk van deze 3 soorten onderzoek dan ook anders uit[2]:
Op basis van de bovenstaande bepalingen en bevindingen is de NVAO[3] van mening dat elke masterproef in de kunsten minstens een schriftelijk reflectieverslag dient te bevatten met de probleemstelling van het onderzoeksonderwerp, de methode van aanpak van het onderzoek, een bespreking van de resultaten en een reflectie hierop.
Gelet op de verschillende soorten onderzoek dient deze schriftelijke reflectie gepaard te gaan met (een neerslag van) een artistiek product, indien het om praktijk georiënteerd of experimentatief onderzoek in de kunsten gaat. Dat artistiek product hangt dan samen met de onderzoeksvraag uit het schriftelijk reflectieverslag.
Indien niet vergezeld van een artistiek product betreft het een masterproef waarin onderzoek over de kunsten plaatsvindt en dient het geschreven stuk bijgevolg te voldoen aan de eisen van een loutere schriftelijke masterproef.
Uit het schriftelijk reflectieverslag met het artistiek product of uit de loutere schriftelijke masterproef blijkt in welke mate de academische eindcompetenties/leerresultaten bereikt zijn.
2. Artistiek Onderzoek volgens het Brussels model
In het KCB wordt in hoofdzaak het onderzoek in de kunsten gevoerd dat samenvalt met de artistieke praxis of het ‘practice as research’ (c). De onderzoekscommissie TROBADOR formuleerde haar eigen definitie.
Inhoudelijk stelt het artistiek onderzoek binnen de definitie van het KCB de volgende aspecten centraal:
· het verwerven van kunde en kennis
· de vaardigheid intuïtieve, emotionele en spirituele inhouden te hanteren
· de integratie van deze elementen in wisselende proporties, resulterend in de realisatie van een kunstwerk dat in het culturele landschap is ingebed.
Uit voorgaande definitie blijkt dat een kunstwerk het resultaat is van artistiek onderzoek en dat een kunstenaar onderzoek verricht. Het artistiek onderzoek situeert zich bijgevolg voor en tijdens de realisatie van het kunstwerk. De resultaten van het onderzoek zitten in het kunstwerk vervat in een discipline-eigen taal. De onderzoeksvaardigheden blijken uit de intrinsieke kwaliteiten van het kunstwerk en niet uit een discursieve en reflecterende component, dit in tegenstelling tot het kunstwetenschappelijk onderzoek, dat het kunstwerk als studieobject heeft en zich dus situeert na de realisatie ervan.
Het is wel mogelijk dat artistiek onderzoek beroep doet op bestaande wetenschappelijke disciplines zoals musicologie, sociologie, filosofie, wiskunde etc. voor het vergaren van kennis en het verwerven van inzichten.
1.3. Aard van het onderzoek
Uit voorgaande definitie blijkt dat reflectie en onderzoek geen apart gegeven is maar integraal deel uitmaakt van de artistieke ontwikkeling van musici. Het startpunt is de artistieke discipline. In het KCB is artistieke ontwikkeling – onderwijs – onderzoek een drie eenheid.
Een onderzoeker moet dus staat zijn onderzoeksvraag te formuleren en in brede context te plaatsen; onderzoek te plannen en te voeren; en onderzoeksresultaten te communiceren.
1.4. Speerpunten
(1) Historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk en organologie
Voortrekker: dr. Barthold Kuijken : hoogleraar
Jan De Winne (drs senior)
Stefaan Verdegem (drs senior)
Peter Van Heyghen (drs senior)
Paul Dombrecht (ACA)
Piet Kuijken (ACA)
Luc Bergé (ACA)
(2) Uitvoeringspraktijk op moderne instrumenten
Voortrekker: dr. Daniel Blumenthal: hoogleraar
Jan Michiels (drs senior)
Katia Veekmans (drs senior)
Monica Timofticiuc (drs junior)
Bart Bouckaert (drs senior)
Tom De Cock (drs junior)
Bart Quartier (ACA)
Koen Dries (ACA)
(3) Muzikale taal
(alles wat met compositie, improvisatie en analyse te maken heeft)
Voortrekker: dr. Peter Swinnen
Dr. Kasia Glowicka
Kris Defoort (drs senior)
Ann Eysermans (drs junior)
Hans Van Daele (ACA)
Diederik Wissels (ACA)
(4) Onderzoek over de kunsten en de bredere context van muziek
(muziekgeschiedenis, cultuurwetenschappen...)
Voortrekker: dr. Kristin Van den Buys
Dr. Johan Eeckeloo
Dr. Koen Buyens
Lieselotte Goessens (drs)
Lien De Cang (drs)
1.5. Onderzoeksstructuren in KCB, EHB en UAB
De onderzoekscommissie van KCB, TROBADOR, is samengesteld uit actieve onderzoekers en bestaat uit uitvoerende kunstenaars, componisten, muziektheoretici en musicologen. TROBADOR stimuleert het artistiek en wetenschappelijk onderzoek in het KCB en bereidt mee de onderzoeksbeleidslijnen voor.
De departementale onderzoekscoördinator van het KCB zetelt zowel in de Onderzoeksraad van de EHB (BHOB) als in die van de Universitaire Associatie Brussel (BOAB) als vertegenwoordiger van KCB.
Het KUNSTENPLATFORM, Het Kunstenplatform, opgericht in 2006, is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en de kwaliteitsbewaking van het doctoraat in de Kunsten volgens het Brussels model. Het Kunstenplatform is een samenwerkingsverband tussen de VUB en de kunstdepartementen Rits en KCB van de EHB en een aantal externe partners.
2. Mogelijke presentatievormen van artistiek onderzoek volgens het Brussels model
Het artistiek onderzoek kan op verschillende wijze worden gecommuniceerd zowel intern in KCB, als extern. Onderstaande lijst geeft de mogelijke presentatievormen weer, zoals die tot nog toe door onderzoekers van het KCB werden gehanteerd. Hierbij is er zowel aandacht voor het onderzoeksresultaat als voor de reflectie.
2.1. Intern: toonmomenten
- Concert + schriftelijke reflectie van onderzoeksproces
- Lecture-recital = mondelinge reflectie van het onderzoeksproces
- Workshop/masterclass
- Studenten laten participeren aan onderzoekspresentatie buiten KCB
- Uitgave CD ism ander label
- Uitgave intern rapport
- Compositie
- Coaching musici
2.2 Extern
- Concert
- Muziektheater
- CD opname, DVD- opname, radio en TV opname,…
- Publicaties in tijdschriften, boeken, …
- kritische uitgave
- lezingen op congressen/studiedagen…
- compositie
- publicatie methode
- publicatie compositie
- tentoonstelling
- catalogus
- instrumentenbouw
- workshops, masterclasses
- lecture-recital
- coaching musici
- Criteria voor goed onderzoek
- Ingebed in speerpuntenbeleid van KCB
- relevantie van het onderzoek voor de persoonlijke muzikale ontwikkeling in het bijzonder en voor het Kunstenveld in het algemeen
- coherentie tussen onderzoeksproces en onderzoekspresentatie
- kwalitatief onderzoek (= onderzoeksvraag in brede culturele context, bronnen en kritische houding ten opzichte van de bronnen, efficiënte methode en planning, presentatie).
- Ingebed in internationale context
3. Aanvragen nieuw onderzoek
Nieuwe onderzoeksvoorstellen moeten per 1 maart aan de onderzoekscoördinator worden gezonden. TROBADOR behandelt de nieuwe aanvragen en doet een voorstel aan de Departementsraad.
4.Evaluatie van het onderzoek
De onderzoeksresultaten moeten worden ingevoerd in Rednet, de databank van de VUB. De evaluatie van het onderzoek gebeurt door TROBADOR op basis van de gegevens die in Rednet zijn ingevoerd op datum van 1 maart. Eventueel kan TROBADOR bijkomende inlichtingen vragen.
5. Financiering van het onderzoek
Er zijn verschillende mogelijkheden voor financiering. Gelieve hiervoor de onderzoekscoördinator te contacteren.
Praktische afspraken in verband met toonmomenten gebeuren met Gudrun Van Belle (budget), Nele Anseeuw (productionele ondersteuning) en Katrien Van Hoeck (planning).
[1] "Academisch hoger onderwijs, een wenkend perspectief?" ( p. 9 en p. 19-20), geciteerd in “Masterproef Kunstopleidingen in Vlaanderen, NVAO, nov. 2009, p. 1
[2] Masterproef Kunstopleidingen in Vlaanderen, NVAO, nov. 2009 p. 2
[3] NVAO: Nederlands Vlaamse Accreditatie Orgaan

