1. Onderzoeksstructuren
De departementale onderzoekscommissie TROBADOR in het KCB
De onderzoekscommissie TROBADOR werd opgericht tijdens het academiejaar 03-04 onder leiding van wijlen Dr. Christiaan de Lannoy. Departementshoofd Dr. Peter Swinnen is voorzitter en departementaal onderzoekscoördinator Dr. Kristin Van den Buys is ondervoorzitter.
De leden zijn: Dr. Barthold Kuijken, Dr. Johan Eeckeloo, Dr. Koen Buyens, Paul Dombrecht, Daniel Blumenthal, Stefaan Verdegem en Diederik Wissels, naast studenten Roel Das en Marjan De Schutter. Waarnemende leden zijn opleidingshoofd Muziek, Eric Van Leuven en kwaliteitszorgcoördinator Helmut De Backer.
TROBADOR is samengesteld uit actieve onderzoekers en bestaat uit uitvoerende kunstenaars, componisten, muziektheoretici en musicologen. Vanaf 09-10 maken ook studenten deel uit van de onderzoekscommissie. Zij vertegenwoordigen de stem van de studenten inzake het academiseringsproces.
Deze evenwichtige samenstelling is efficiënt gebleken voor zowel de prospectie, verspreiding en beoordeling van de onderzoeksprojecten, als voor de integratie van deze projecten in het geheel van de werking van het KCB. TROBADOR stimuleert het artistiek en wetenschappelijk onderzoek in het KCB en bereidt mee de onderzoeksbeleidslijnen voor.
Wisselwerking tussen onderzoekscommissie TROBADOR, opleidingscommissie en artistieke raad
Omdat het KCB ervoor gekozen heeft de inhoud van de artistieke opleidingsonderdelen aan de nieuwe eisen van de academisering aan te passen (eerder dan nieuwe vakken toe te voegen) en de explicitering van het artistiek onderzoeksaspect door te voeren in artistieke opleidingsonderdelen werd er een strategie uitgewerkt waarbij de onderzoekscommissie en opleidingscommissie nauw samen werken rond gemeenschappelijke items (zoals bijvoorbeeld de evaluatie van de masterproef) en de informatiestroom verzekerd is. Omdat de opleidingscommissie eindverantwoordelijke is voor de bijsturing van het cv ontvangt ze ook het advies van de onderzoekscommissie. Een aantal leden zetelen in beide commissies: het departementshoofd (voorzitter van de onderzoekscommissie) zetelt als technisch waarnemer in de opleidingscommissie, het opleidingshoofd muziek (voorzitter van de opleidingscommissie) zetelt als technisch waarnemer in de onderzoekscommissie, de onderzoekscoördinator zetelt in haar functie als vakverantwoordelijke in de opleidingscommissie; de kwaliteitszorgcoördinator zetelt als technische waarnemer in beide commissies. Er werd een agendakalender voor het hele academiejaar opgesteld waarbij de vergaderingen van de onderzoekscommissie en de opleidingscommissie op elkaar aansluiten zodat gemeenschappelijke agendapunten kunnen behandeld worden. Bovendien worden de verslagen van de drie commissies op een gemeenschappelijke server geplaatst zodat alle leden van alle commissies voortdurend op de hoogte kunnen gesteld worden van de stand van zaken.
Het departementshoofd fungeert hierbij als overkoepelende figuur. Ook op elke departementsraad komen de verslagen van de drie commissies aan bod.
2. Onderzoeksprofiel
Definitie ‘artistiek onderzoek in de muziek’ in het KCB
Onderstaande definitie van het artistiek onderzoek volgens het Brussels model kwam tot stand in samenwerking met het Kunstenplatform en is ingebed in een Europese context.
Algemeen gezien verloopt het artistiek onderzoek zoals elk onderzoek in vier fases: het stellen van een onderzoeksvraag, het zoeken naar de juiste bronnen, het bepalen van een juiste methode in functie van de onderzoeksvraag en de bronnen en het synthetiseren ervan in een eindresultaat.
Inhoudelijk stelt het artistiek onderzoek binnen de definitie van het KCB de volgende aspecten centraal:
· het verwerven van kunde en kennis
· de vaardigheid intuïtieve, emotionele en spirituele inhouden te hanteren
· de integratie van deze elementen in wisselende proporties, resulterend in de realisatie van een kunstwerk dat in het culturele landschap is ingebed.
Artistiek versus wetenschappelijk onderzoek
Uit voorgaande definitie blijkt dat een kunstwerk het resultaat is van artistiek onderzoek en dat een kunstenaar onderzoek verricht. Het artistiek onderzoek situeert zich bijgevolg voor en tijdens de realisatie van het kunstwerk. De resultaten van het onderzoek zitten in het kunstwerk vervat in een discipline-eigen taal. De onderzoeksvaardigheden blijken uit de intrinsieke kwaliteiten van het kunstwerk en niet uit een discursieve en reflecterende component, dit in tegenstelling tot het kunstwetenschappelijk onderzoek, dat het kunstwerk als studieobject heeft en zich dus situeert na de realisatie ervan.
Het is wel mogelijk dat artistiek onderzoek beroep doet op bestaande wetenschappelijke disciplines zoals musicologie, sociologie, filosofie, wiskunde etc. voor het vergaren van kennis en het verwerven van inzichten.
Onderzoeksvraag
De onderzoeksvraag binnen artistiek onderzoek is een artistieke probleem- en/of vraagstelling met betrekking tot het zoekproces en het artistiek eindresultaat.
Bij de uitvoerende kunstenaars is één van de meest fundamentele onderzoeksvragen: “Hoe kom ik tot een gefundeerde, in het culturele landschap ingebedde en artistiek hoogstaande uitvoering?“ Voor de scheppende kunstenaars luidt deze onderzoeksvraag: “Hoe kom ik tot een gefundeerde, in het culturele landschap ingebedde en artistiek hoogstaande compositie?”
Bronnen
Voor het artistiek onderzoek worden de relevante artistieke bronnen onderzocht in functie van de gestelde onderzoeksvraag en de oriëntering van het zoekproces. De bronnen worden geplaatst in een internationale context.
Methode wordt oriënteringsproces
Voor zover het artistiek onderzoek beroep doet op bovenvermelde wetenschappen, hanteert ze de systematische methodologie die eigen is aan deze wetenschappen. Aangezien kunst zich echter vaak afspeelt in het verrassende, het onvoorspelbare, het niet-systematische, zou de ontwikkeling van een systematische onderzoeksmethode voor kunst leiden naar steriele en zogenaamde “academische” kunst. Dit is derhalve niet relevant. Daarom is er geen sprake van een onderzoeksmethode maar wel van een ‘onderzoeksoriëntering’: een oriëntering van het intuïtief zoekproces naar een coherent artistiek resultaat.
Bij dit zoekproces vindt er een interactie plaats tussen het geanticipeerde eindresultaat enerzijds en de artistieke inspiratie en impulsen van het moment anderzijds. Dit zoekproces en artistiek eindresultaat moet geëxpliciteerd worden in discipline-eigen uitingsvormen zodat zowel het proces als het resultaat kan beoordeeld worden door ‘peers’. Het expliciteren van het onderzoeksproces en de traceerbaarheid ervan, heeft in de eerste plaats een pedagogische functie. De wijze waarop dit onderzoekstraject moet gedocumenteerd en geëxpliciteerd worden is nog in volle discussie. Het artistieke eindresultaat moet een autonome hoogstaande intrinsieke waarde hebben en dus ‘an sich’ worden beoordeeld.
Artistiek eindresultaat
Omdat het artistiek onderzoek ‘an sich’ niet het ultieme doel is (het moet leiden naar een kunstwerk met een hoogstaande intrinsieke waarde), is de discursieve reflecterende component die dit onderzoeksproces beschrijft ook niet het eindresultaat maar beschrijft ze slechts ten dele het onderzoeksproces. De discussies aangaande de eigenheid van deze reflecterende en discursieve component zijn nog volop aan de gang zowel binnen het KCB als binnen het Kunstenplatform. Het kunstwerk bevat het resultaat van het onderzoek in zich en communiceert dit in een discipline-eigen taal en/of vorm.
Onderzoek inherent aan onderwijs
Omdat een kunstenaar onderzoek verricht en het eindresultaat van het onderzoek in het kunstwerk besloten ligt, zou een strikte scheiding van ‘onderzoek’ en ’onderwijs’ in het KCB steriel zijn. Het is integendeel de interactie tussen beide die stimulerend werkt voor studenten én onderwijzend personeel. De ‘academisering’, zoals die zich op het ogenblik ontwikkelt, biedt de mogelijkheid om ‘zeldzame’ of zeer specifieke en innovatieve inhouden te stimuleren en te integreren binnen het totale opleidingsaanbod.
Het KCB maakt een duidelijk onderscheid tussen artistieke en niet-artistieke opleidingsonderdelen. Artistieke opleidingsonderdelen zijn bijvoorbeeld hoofdinstrument, (jazz)compositie, orkest, kamermuziek, samenspel, arrangement, analyse, (jazz)harmonie, contrapunt en fuga. Niet-artistieke opleidingsonderdelen zijn bijvoorbeeld cultuur- en muziekwetenschappen, filosofie en ‘Encyclopedie en Onderzoek’.
Het triade model
Het KCB biedt dus het onderzoek IN, OVER en DOOR de kunsten aan.

