Bart Naessens: Claviorganum, a curiosity?: Onderzoek naar de impact van het claviorganum op de historische musiceerpraktijk
We kunnen aan de hand van historisch bronnenmateriaal vaststellen dat de zestiende- en zeventiende-eeuwse instrumentenbouw een enorme explosie aan gevarieerd instrumentarium kende, mede door de continue zoektocht van de theoreticus, musicus en instrumentbouwer naar nieuwe instrument-technische en daaruit voortvloeiende extra-muzikale mogelijkheden. Toch zien we vandaag binnen de historische uitvoeringspraktijk vaak het gebruik van een gestandaardiseerd instrumentarium. De inzetbare klavierinstrumenten worden hierbij gereduceerd tot orgel en/of klavecimbel als continuo- en/of solo-instrument. Dit gepolariseerde gebruik van een orgel(positief) of klavecimbel is evenwel niet historisch. In de zestiende- en zeventiende-eeuw leidde de zoektocht van de musicus naar een expressiever instrument dat meer aansloot bij zijn basaal-muzikale intenties of een experimentele visie van een theoreticus en/of instrumentenbouwer vaak tot een nieuw concept en/of uitbreiding van de actuele mogelijkheden van het voor handen zijnde klavier.
Dit doctoraatsonderzoek van Bart Naessens wil het gebruik van het claviorganum toetsen binnen de actieve musiceerpraktijk. Een combinatie-instrument waarbij zowel klavecimbel als orgel samenklinken kan heel wat idiomatische problemen van beide instrumenten verhelpen en zorgen voor nieuwe inzichten, ideeën en esthetische horizonten. Er wordt gefocust op de gevolgen van de inzet van het claviorganum, hoe het instrument zich verhoudt tot de twee afzonderlijke componenten, en hoe het combinatie-instrument zijn rol kan spelen binnen de huidige musiceerpraktijk.
c Fotodesign Emily
Peter Van Heyghen: De herontdekking van Johann Adolf Hasse’s serenata „Il natal di Giove“ (1749)
Meer informatie binnenkort