Historisch & Cultureel Geïnformeerde Uitvoeringspraktijken: Onderzoekprojecten

Stefaan Verdegem: Historische houtblazers

Stefaan Verdegem © Mirjam Devriendt

© Mirjam Devriendt

Verdegems onderzoek spits zich toe op diverse facetten van historische houtblazers, in het bijzonder de enkele rieten; zie hieronder alsook de volledige publicatielijst.

1.  Donizetti en het Concertino voor Engelse hoorn

Gaetano Donizetti’s Concertino voor Engelse hoorn (1816) is waarschijnlijk het belangrijkste negentiende-eeuwse concerto voor dit specifieke instrument en zeker het meest uitgevoerde. Vijftig jaar na de editie van Robert Meylan (Litolff / Peters) op basis van de autograaf partituur in de Bibliothèque Nationale de France, moest het bronmateriaal opnieuw worden bekeken, wat resulteerde in een nieuwe kritische editie van dit stuk. Niet alleen wordt dit stuk in een andere toonsoort uitgevoerd, bovendien vertoont het partijenmateriaal voor de première van 19 juni 1817 in het Liceo Filarmonico te Bologna vele correcties en variaties, en geven ze interessante inzichten in de uitvoeringspraktijk van die tijd, inclusief uitgeschreven cadensen, waarschijnlijk van de hand van de solist en dedicatee Giovanni Catolfi.

2.  Fourteen Leipzig oboes from the time of J.S. Bach (in samenwerking met Marcel Ponseele)

Sinds de oude muziek-revival van de vorige eeuw zijn musici op zoek naar geschikte historische instrumenten, hetzij originelen hetzij kopieën. In tegenstelling tot de HIPP- principes wordt vaak de voorkeur gegeven aan all-round houten blaasinstrumenten met stemtoon A = c. 415Hz, om hiermee het hele barokrepertoire te kunnen spelen. Alhoewel heden ten dage Johann Sebastian Bach de meest uitgevoerde barokcomponist is, spelen tot op de dag van vandaag de meeste hoboïsten wereldwijd zijn muziek op een kopie van een Engelse Stanesby hobo. Het kopiëren van hobo’s uit Leipzig blijkt tot op heden niet helemaal succesvol, om verschillende redenen. Een studie van de overlevende hobo’s uit Leipzig uit de tijd van Bach, en een vergelijkende studie van de afmetingen hiervan, leverde nieuwe inzichten op over de houtblaasinstrumentenbouw in deze stad in het tweede kwart van de achttiende eeuw, en zal hopelijk uitmonden in een goede kopie van een Bach-hobo die voldoet aan de hedendaagse kwaliteitsvereisten voor concertuitvoeringen en opnames.

3. A Rare Jacques Albert Bass Oboe

Jacques Albert (1849–1918) kan beschouwd worden als de belangrijkste Belgische hobo-bouwer van de negentiende en vroeg-twintigste eeuw, te wijten aan het feit dat hij niet enkel zoon was van een gereputeerde Brussels bouwer van houtblaasinstrumenten, Eugène Albert, maar ook omdat hij een gediplomeerde hoboïst was van het Brusselse Conservatoire Royal. De bariton-hobo van het Conservatorium-patrimonium is waarschijnlijk een uniek stuk, misschien een prototype dat nooit een verder vervolg gekregen heeft. Het werd waarschijnlijk gebruikt voor de Brusselse première van Richard Strauss’ Salome in 1906, en voor de creatie van Raymond Moulaerts Quatuor (1907) voor hobo, oboe d’amore, Engelse hoorn en bariton-hobo (of Heckelphon), mogelijk het allereerste kamermuziekwerk ooit dat specifiek voor bariton-hobo gecomponeerd werd.