Kurt Bertels: De ontsluiting en contextualisering van de Brusselse Saxofoonschool tussen 1867 en 1904: naar een historisch verantwoorde uitvoeringspraktijk
Het concept van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk (HIPP) speelt een prominente rol in het hedendaagse muziekleven. Hoewel de oorspronkelijke focus zich beperkte tot de Oude Muziek, wordt deze benadering tegenwoordig steeds vaker toegepast op muziek uit de negentiende en vroege twintigste eeuw. Het centrale idee is het streven naar een historisch bewuste muziekuitvoering, een nog weinig gangbare praktijk in het saxofoonveld. Om dit onontgonnen terrein te exploreren richt dit doctoraatsonderzoek zich op de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk van het repertoire van 's wereld eerste saxofoonschool, de Brusselse saxofoonklas (1867-1904).
Nuno Cernadas: Alexander Scriabins tien Piano Sonates: een interpretatieve reis door zijn muzikale kosmos
Alexander Scriabin (1872–1915) was een innovatieve componist die, door een belangrijke evolutie in zijn muzikale taal, een manier vond om zichzelf te bevrijden van de restricties van tonale muziek en de overgang maakte naar een ongeremde vorm van muzikale creatie. Twee verbonden elementen die deze transformatie versnelden, waren Scriabins ontwikkelend mysticisme en zijn perceptie van kleur als de visuele pendant van geluid, tot stand gebracht door synesthesie of door een bewuste artistieke intentie.
In dit doctoraatsonderzoek van Nuno Cernadas werd de kleur- en geluidssymbiose van Scriabin en zijn relatie tot mystieke filosofie, zoals in Prometheus: The Poem of Fire (Op. 60), bestudeerd, met als doel deze ideeën toe te passen op de creatie van een origineel multisensorisch liveconcept voor de uitvoering van zijn tien pianosonates. Het onderzoek richtte zich op de mystieke filosofieën die Scriabin beïnvloedden, hun historische en culturele betekenis in het vroege twintigste-eeuwse Europa, en hun rol in de ontwikkeling van Scriabins stijl. De onderzoeker ondernam een diepgaande studie van Prometheus, Scriabins eerste poging om een multisensorieel kunstwerk te creëren waarbij kleur en muziek werden vermengd in een transfiguratief meesterwerk. Muzikale interpretatie en uitvoeringspraktijk stonden daarbij eveneens centraal. Via de synesthetische exploratie van Scriabins tien pianosonates heeft dit project een muzikale en optische ervaring gecreëerd die de visionaire intenties van de componist volgde én voortzette.
Sarah Defrise: Joseph Jongens vergeten liederen: een interpretatiedagboek
Joseph Jongen werd geboren in 1873 en stierf in 1953 op zeventigjarige leeftijd. Hij wordt algemeen beschouwd als één van de meest prominente Belgische componisten na César Franck. Hij was vooral bekend om zijn orgel- en kamermuziekwerken en hij componeerde meer dan vijftig liederen. De volledige verzameling liederen omvat een brede waaier van stijlen, van strofische romances tot impressionistische liederen of liederen naar de traditie van Strauss, waarbij hij teksten van bekende dichters en schrijvers op muziek zette, waaronder ook enkele beroemde zoals Baudelaire, Hellens of Verhaeren.
Niet alleen is meer dan één derde van de liederen nooit gepubliceerd of opgenomen, bovendien hoor je twee derde van de overige liederen nauwelijks ergens. Omwille van die reden besloot Sarah Defrise om haar doctoraatsonderzoek te wijden aan de analyse en de interpretatie van deze liederen.
Koen Dries: Dualisme in artistiek onderzoek en uitvoering bij een saxofonist. Een interdisciplinair benadering
Hoewel uitvoerende musici voortdurend streven naar verbetering van hun uitvoeringskwaliteit, blijven ze hun eigen fysieke en artistieke mogelijkheden uitdagen. Twee verschillende benaderingen zijn wijdverbreid: de “artistieke benadering”, vaak bekritiseerd omdat ze uniformiteit en objectiviteit mist en gebaseerd zou zijn op trial-and-error, is een individugerichte methode die zich richt op het volledige speelapparaat, waarbij conclusies in een persoonlijke terminologie worden geformuleerd. De “wetenschappelijke benadering”, vaak bekritiseerd wegens geringe toepasbaarheid in een praktische context, richt zich op kleine segmenten van het speelapparaat die bestudeerd worden onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden.
Tijdens het voorlopige onderzoek werd in samenwerking tussen wetenschappers en artiesten geprobeerd een observatiemethode te ontwikkelen die deze twee in wezen complementaire benaderingen verenigt. Hoewel dit veelbelovend leek, leverden deze observaties door technische beperkingen tot nu toe geen werkelijk bruikbare resultaten op. Door zich in een vierfasig onderzoeksproces op verschillende aspecten van het speelapparaat te concentreren, heeft dit project tot doel deze kloof te dichten en een nieuwe benadering te ontwikkelen die recente ontdekkingen uit de exacte wetenschappen toepasbaar maakt voor artistieke uitvoering, niet alleen op de saxofoon, maar, in bredere zin, ook voor andere blaasinstrumenten.