De decennia tussen ca. 1740 en ca. 1780 behoren misschien niet tot de meest roemrijke periodes uit de muziekgeschiedenis van Brussel. Toch waren in die tijd verschillende uitzonderlijk getalenteerde componisten actief in de stad, onder wie Josse Boutmy, Henri-Jacques De Croes, Eugène Godecharle, Jean-Noël Massart, Charles-Joseph Van Helmont en Pieter Van Maldere. Zij waren voornamelijk werkzaam aan het hof van gouverneur Karel van Lotharingen en in de collegiale Sint-Michiels- en Sint-Goedelekerk.
Hoewel een aanzienlijk aantal kamermuziekwerken bewaard is gebleven in historische gedrukte edities, zijn veel koor- en orkestwerken uitsluitend overgeleverd in handgeschreven kopieën. Deze kwamen uiteindelijk terecht in de collecties van het Brusselse Conservatorium en de Koninklijke Bibliotheek van België. De meeste van deze werken worden sindsdien zelden of helemaal niet meer uitgevoerd.