Benjamin Glorieux: From Servais over Casals to today: an innovative look at the Brussels basses of the romantic Belgian cello school
De beroemde Spaanse cellist Pablo Casals (1876-1973) schrijft in zijn autobiografie dat hij in 1895 ten allen prijze aan het Brusselse Conservatorium wou studeren. Hoewel van deze plannen weinig in huis kwam is het opmerkelijk dat de Brusselse celloklas een grote internationale uitstraling had. Volgens biograaf Peter François is dit het resultaat van het werk en de artistieke nalatenschap van in hoofdzaak één man, namelijk Hallenaar François Servais. Bestaat er ook een aanwijsbare inhoudelijk-artistieke Belgische cello school, en leeft ze verder tot op vandaag? Hoe relateert Servais’ oeuvre zich tot de context van zijn en onze tijd en kunnen we de vinger leggen op de specifieke artistieke kenmerken van de Brusselse cellisten?
Marco Mantovani: “Töne sind höhere Worte” (Sounds are higher words)
Dit onderzoek benadert de werken van Schumann vanuit het perspectief van de uitvoerende kunstenaar. Hierbij worden theoretische aspecten en de historische context in beschouwing genomen, evenals de studie naar hoe deze composities werden geïnspireerd door de stijl en psychologie van schrijvers als E.T.A. Hoffmann en Jean Paul Richter. De onderzoeker zal ook proberen de diepste gedachten van de componist te doorgronden door middel van zijn eigen artistieke praktijk en inzicht, gevoed door niet alleen de uitgebreide studie van Schumanns modellen, zowel muzikaal als literair, maar ook door de omgang met twintigste-eeuwse en hedendaagse literaire, filosofische en muzikale stromingen die stevig verankerd zijn in dezelfde traditie. Het onderzoek zal culmineren in de uitvoering en opname van deze composities.
Jens Demey: Hoe vanuit de speelpraktijk het kapitaal aan contrabastuba’s wetenschappelijk vorm te geven. Een diepteonderzoek.
Het doctoraatsonderzoek van Jens Demey beoogt via een cultuurhistorische context en een organologische studie een geïnformeerde artistieke praktijk te ontwikkelen voor contrabastuba’s van 1845 (zijn uitvinding) tot vandaag. De contrabastuba is met zijn ca. 6 meter buislengte het grootste koperblaasinstrument en daarmee het fundament van het orkestapparaat. Zijn bouwvorm veranderde sterk door de geschiedenis heen, terwijl lokale bouwtradities overeind bleven. Dit leidde tot een enorme veelheid in instrumententypes (i.e. contrabastubavariëteiten) die deze studie voor de eerste keer vanuit de artistieke praktijk bestudeert. Dit onderzoek leidt naast de uitbouw van een geïnformeerde uitvoeringspraktijk ook tot een beter cultuurhistorisch begrip van de contrabastuba en de ontwikkeling van innoverende technieken in de organologie, die vertaald zullen worden in de hedendaagse instrumentenbouw.
Paul Voet: Crossroads of Trumpets: The Role of Chromatic Trumpets in 19th-Century Music Performance in Ghent and Brussels
Rond 1800 componeren Joseph Haydn en Johann Nepomuk Hummel elk een trompetconcerto, voor chromatische kleppentrompet. Deze kleppentrompet is een van de voorlopers van de huidige trompet. In 1900 ontdekte Alphonse Goeyens, trompetleraar aan het Conservatoire Royal de Bruxelles, een manuscript van het Haydnconcerto in de conservatoriumbibliotheek. Dit onderzoek heeft als doel de evolutie van chromatische trompetten in de Lage Landen te onderzoeken binnen deze 100 jaar met focus op Gent en Brussel. In een eerste stap zal dit onderzoek historisch bronnenmateriaal van nationale en internationale archieven in kaart brengen. In een tweede stap willen we deze bronnen linken aan het historisch instrumentarium, instrumentenbouwers en uitvoerders. In een derde stap zal dit onderzoek aan de hand van historische speelmethoden, kamermuziek- en solorepertorium de uitvoeringspraktijk van chromatische trompetten kritisch analyseren om zo in een laatste stap een historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk te reconstrueren. Aan de hand van zowel cultuurhistorische kennis als een historisch geïnformeerde artistieke praxis zal dit onderzoek bijdragen aan het begrip van de chromatische kleppentrompet.
Eleonora Perretta: The pioneering role of Chiquinha Gonzaga in shaping Brazilian Choro
Dit onderzoek bestudeert de pioniersrol van Chiquinha Gonzaga in de vormgeving van de Braziliaanse choro, met bijzondere aandacht voor het kruispunt van gender, ras en muzikaal vakmanschap in het laatnegentiende- en vroegtwintigste-eeuwse Brazilië. Als vrouw van gemengde afkomst in een overwegend mannelijke muziekwereld doorbrak Gonzaga maatschappelijke normen: zij werd de eerste vrouwelijke dirigent van Brazilië en groeide uit tot een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de choro, een genre dat historisch door mannen werd gedomineerd. Deze studie beoogt: 1. de receptie van Gonzaga’s werk in historische bronnen te analyseren en zo de gendergebonden vooroordelen bloot te leggen die de beeldvorming rond vrouwelijke musici hebben beïnvloed; 2. Gonzaga’s eigen muzikale esthetiek en uitvoeringspraktijk binnen de choro te onderzoeken, en na te gaan hoe ras en gender samen haar artistieke output hebben gevormd binnen een historisch gemarginaliseerde muzikale traditie; 3. haar werken te transcriberen voor klassieke gitaar, om het gebrek aan vrouwelijke componisten in het repertoire van het instrument aan te pakken en een basis te leggen voor een uitvoeringspraktijk van haar onderbelichte oeuvre. Door historisch onderzoek, muziekanalyse en uitvoeringspraktijk te integreren, stelt dit project de structurele uitsluiting van vrouwen uit de muziekgeschiedenis ter discussie en pleit het voor een meer inclusieve en rechtvaardige representatie. Het herstelt Gonzaga’s nalatenschap via publicaties, kritische edities en een cd-opname.