Maria Gonzalez: Accompagnamenti Straordinari in de tweede helft van de Zeventiende Eeuw
© Michal Novak
Vanaf het ontstaan van de basso continuo dienden de principes van contrapunt als basis voor zowel compositie als begeleiding. In 1628 introduceerde Galeazzo Sabbatini in zijn verhandeling Regola facile ebreve de term “gewone begeleidingen” waarbij hij de basisprincipes van contrapunt voor beginners uiteenzette. Hij onderscheidde ook “buitengewone begeleidingen” die niet in zijn verhandeling aan bod kwamen, met de opmerking dat ze in een volgende publicatie besproken zouden worden- een publicatie die, voor zover men weet, nooit is uitgebracht. Daarmee was Galeazzo Sabbatini de eerste die een dergelijke classificatie voorstelde, waarbij hij een overzicht gaf van de eerste, maar geen directe uitleg gaf van de tweede. Een nader onderzoek van latere 17e-eeuwse bronnen levert echter voldoende informatie op om te suggereren wat deze buitengewone begeleidingen zouden kunnen hebben betekend. Hoewel het concept van “buitengewone” begeleiding meer werd geassocieerd met de 18e eeuw, werden de fundamenten ervan al veel eerder gelegd, in de tweede helft van de 17e eeuw. Het proefschrift van Maria Gonzalez heeft als doel het identificeren en definiëren van buitengewone begeleidingen binnen de Italiaanse basso continuo praktijk (1650-1700), het onderzoeken van hun kenmerken, classificatie en praktische toepassing. Door primaire basso continuo bronnen te analyseren en deze kennis direct in het repertoire te integreren, overbrugt dit onderzoek de kloof tussen historisch begrip en praktisch gebruik. Deze praktijken worden veel toegankelijker voor uitvoerders, wetenschappers en de bredere muzikale gemeenschap. Finaal probeert dit onderzoek deze begeleidingen nieuw leven in te blazen binnen de huidige Historical Informed Performance Practice-uitvoeringen en pedagogie.
Michelle Agnes Magalhaes: Symphonia Botanica: Composing For Instrumental Collectives And Orchestras From An Ecological Perspective
Symphonia Botanica is een artistiek onderzoeksproject dat de muzikale compositie herdenkt, met een focus op de relationele aspecten van collectieven en orkestgroepen. Door traditionele hiërarchieën en categorieën binnen het orkest te herstructureren, streven we naar meer interactie tussen musici en hun omgeving en naar het bevorderen van samenwerking op meerdere niveaus. Het onderzoek wordt ondersteund door een ecologisch georiënteerde bibliografie en breidt de visie van Murray Schafer op dit gebied uit. Daarnaast onderzoeken we hoe ecologische concepten samenvallen met muzikale praktijk. Hiervoor ontwikkelen we een reeks werken en protocollen om collectieve betrokkenheid van orkesten en ensembles te vergemakkelijken. Met deze studie onderzoeken we hoe structurele reorganisatie van orkestgroepen de muzikale resultaten beïnvloedt. Het onderzoek vindt plaats binnen twee culturele contexten—Europa en Zuid-Amerika—waardoor we de voorgestelde praktijken kunnen diversifiëren en de resultaten op beide continenten met elkaar kunnen vergelijken.
© Camille_macouat