In de geest van François Couperin’s Goûts réunis, waarin hij de kwaliteiten van de Italiaanse en Franse muziek in één werk wilde verenigen, brengt dit concert de basinstrumenten van de HIPP-afdeling van het K.C.B (viola da gamba, fagot, cello, luit en klavecimbel) samen binnen de veranderende context van de ontmoeting tussen Franse en Italiaanse stijlen in het Parijs van het begin van de 18de eeuw. Het programma omvat duetten en sonates, omlijst door een selectie polyfone parels uit de renaissance.
Aan het einde van de 17de eeuw was de viola da gamba het belangrijkste basinstrument in Frankrijk, met een repertoire en techniek die een uitzonderlijk niveau bereikten. Na de dood van Louis XIV in 1715 nodigde de Regent, Philippe II, Duke of Orléans - een groot liefhebber van Italiaanse muziek - solisten van over de Alpen uit om in Parijs op te treden. De cello, die in Italië al decennialang het toonaangevende basinstrument was, werd zo geïntroduceerd bij het Franse publiek, samen met een verfijnde speeltechniek en een nieuw repertoire ontwikkeld in Modena, Bologna en de Napolitaanse conservatoria.
Ook de fagot maakte in Italië aan het begin van de barok een belangrijke ontwikkeling door als solo-instrument, met virtuoze werken van Bartolomeo de Selma y Salaverde en Dario Castello, gevolgd in de 18de eeuw door maar liefst 37 concerti van Antonio Vivaldi.
De bassonates die tijdens de Régence in Parijs werden gepubliceerd, waren doorgaans zonder onderscheid bedoeld voor deze drie instrumenten, tenzij de componist zelf een uitgesproken specialist van één ervan was.